‘Ik verzorg hier dertien duiven. Ik houd ze goed uit elkaar. Het waren er vroeger meer. Soms blijft er eentje achter na een vlucht. Het zijn vooral jongskens die niet weerkeren. Dat doet mij altijd iets. Iedere dag geef ik de duiven eten, laat ik ze uitvliegen en kuis ik de koten. Vroeger deed ik dat samen met een andere bewoner. Maar die man is helaas overleden. Nu speel ik het allemaal alleen klaar. '

'In de zomer doe ik mee met duivenwedstrijden. En ik heb al verschillende keren gewonnen, zelfs de eerste prijs. Het geheim voor prijsduiven? Ik zie mijn duiven graag en klap er tegen.’