Sorry, broertje

Marijn (37) en Hannes (35) Leroy zien elkaar graag: om elkaar te treiteren en om elkaar bloemetjes toe te gooien. Tussen deze twee broers wisselen ongein en mildheid elkaar in ijltempo af.

Tekst: Marjolein Cuvelier
Foto’s: James Arthur

Marijn en Hannes zijn de jongste van vier broers en lijken als twee druppels water op elkaar. Als kind hadden ze een fijne band. ‘We trokken al van in onze jongste jaren naar elkaar toe. Regelmatig gingen we samen op kamp en op school liepen we elkaar vanzelf tegen het lijf’, vertelt Hannes.

Zelfde meisje

Marijn is iets ouder dan Hannes en profileerde zich vroeger ook zo. ‘In mijn jeugdjaren moest ik het dus af en toe ontgelden’ lacht Hannes. ‘Hij heeft gelijk’, pikt Marijn in. ‘Nu kent iedereen me als een zachtmoedig iemand. Maar ooit trok ik een aardappelmesje uit Hannes’ hand, zijn vingertopje hing nog nauwelijks vast. Samen in bad? Dan duwde ik Hannes per ongeluk onder de warme kraan. Later kaapte ik tijdens een bergkamp een meisje waar hij een oogje op had.’

Maar ook Hannes was niet altijd een heilig boontje. ‘Dat meisje van het bergkamp? Halverwege het kamp veranderde ze van gedachten en kon ík haar aan de haak slaan (grijnst). Uiteindelijk heeft ze ons wel allebei gedumpt.’

‘Ooit trok ik een aardappelmesje uit Hannes’ hand, zijn vingertopje hing nog nauwelijks vast’

Klotemodder

Onlangs maakten de broers een straffe reis door Patagonië: te voet en compleet afgesloten van de buitenwereld. Het ging om een proefreis voor het bedrijfje van Hannes. Dat laat CEO’s kennismaken met het outdoor-leven.
Twee weken lang waren Hannes en Marijn uitsluitend op elkaar aangewezen. ‘En dat ging bijna vlekkeloos’, zegt Marijn daarover. ‘We kennen elkaars kleine kantjes. In onze jeugdjaren hebben we vaak samen het avontuur opgezocht. Hannes en ik hebben nog weinig geheimen voor elkaar.’

Hoewel dat niet betekent dat het tijdens zo’n reis niet kan kletteren tussen de twee. ‘Marijn was vooraf enorm enthousiast om de reis met mij te testen’, zegt Hannes. ‘Maar toen we tijdens een voettocht helemaal vast kwamen te zitten – Marijn in de modder, ik in de bosjes – kreeg hij het toch eventjes moeilijk. Klotemodder!, riep hij. Klotebossen! Misschien had hij toen wel even spijt van zijn bereidwilligheid.’ Hannes voegt er nog een bekentenis aan toe. ‘En terwijl Marijn uit alle macht wat water probeerde te filteren – en een kolonie muggen zijn hoofd in bezit nam – zat ik stiekem in de tent onze heerlijke salami te verorberen. Sorry, broer.’

‘Hij is mijn kleine broertje maar zonder twijfel the bigger man’

The bigger man

De broers steken graag de draak met elkaar, maar zijn ook verzot op elkaar. ‘Marijn is altijd de eerste om mijn gekke initiatieven te steunen’, benadrukt Hannes. ‘En hij is de beste peter die ik voor ons dochtertje Hazel kan bedenken.’ En toch zien Hannes en Marijn elkaar niet zo vaak als ze zouden willen. ‘Als er iets is waar ik echt spijt van heb’, zegt Marijn daarover, ‘dan is het dat hij vroeger niet altijd even hard op mij kon rekenen, en ik wel op hem. Hij is mijn kleine broertje maar zonder twijfel the bigger man.

‘Het is grappig dat Marijn dat zegt’, reageert Hannes. ‘Want ik heb net hetzelfde gevoel tegenover hem. In vergelijking met Marijn ben ik altijd de grote afwezige op familiefeesten en vriendenbijeenkomsten, wat ik echt jammer vind. Maar ik hoop dat hij het me vergeeft en de momenten die we samen hebben, waardeert. Ik hou van de geweldige blik waarmee mijn broer naar de wereld kijkt. Marijn was als kind misschien wat een pestkop, maar ook een echte softie. Dat hij zichzelf maar blijft, zo werkt het perfect tussen ons.’

‘We kennen elkaars kleine kantjes. In onze jeugdjaren hebben we vaak samen het avontuur opgezocht’