‘Van mij moeten ze geen schrik meer hebben’

Tekst: Michiel Verplancke
Foto’s: Lieven Van Assche



Ilias (40)* zit een gevangenisstraf van vier jaar uit. Dankzij bemiddeling en vrijwilligerswerk leerde hij ondertussen zijn slachtoffer kennen. En zij hem. Het hielp hen beide om de mens achter de tegenpartij te zien. In het gezelschap van bemiddelaar Evelyn Goeman (47) gingen wij naar Ilias’ verhaal luisteren in de gevangenis van Gent.

*Ilias is een schuilnaam.

‘Toen ik mijn slachtoffer voor het eerst terugzag op het proces, voelde ik mij nog heel klein’, vertelt Ilias. ‘Op dat moment besefte ik pas echt wat ik haar had aangedaan. Ik voelde mij ongelooflijk schuldig. Voor de rechter en het publiek wilde ik onbewogen blijven, maar ik kon met moeite mijn tranen bedwingen. Mijn slachtoffer zien – de mens erachter – heeft me toen echt wakker geschud. Bij haar heerste toen nog vooral woede. Begrijpelijk.’

‘Praten over alledaagse dingen’

Ilias: ‘Ik wilde iets terugdoen voor haar. In de gevangenis stelde Justitieel Welzijnswerk (JWW) voor om via het Herstelfonds al iets terug te geven aan mijn slachtoffer. Dat zag ik onmiddellijk zitten.’


Evelyn: ‘Dankzij het Herstelfonds kunnen gedetineerden tijdens hun straf vrijwilligerswerk doen, binnen of buiten de gevangenis. De opbrengst van dat werk dient om een deel van de uitgesproken schadevergoeding aan het slachtoffer af te betalen. Zo kunnen bijvoorbeeld medische kosten, herstellingskosten of begrafeniskosten al worden terugbetaald.’


Ilias: ‘Ik heb in een school voor volwassenenonderwijs onderhoudswerk gedaan. Die eerste dagen was het werk wel zwaar. In de gevangenis is het vooral zittend prutswerk, dus ik was het niet meer gewoon om zo te zweten. Maar het ging goed.’

‘Mijn slachtoffer zien – de mens erachter – heeft me toen echt wakker geschud’

‘In het begin was ik bang om bekeken te worden als de gedetineerde. Maar dat was niet zo. Mijn collega’s maakten geen onderscheid. Ze behandelden mij alsof ik daar vast werkte. Daar ben ik hen erg dankbaar voor. We kwamen goed overeen, aten ’s middags gewoon samen. In de korte tijd dat ik daar mocht werken, ontstond er een vorm van respect voor elkaar, een band. Als ze mij vragen stelden over mijn gevangenisstraf, was dat enkel uit interesse. Gewoon praten met mensen over alledaagse dingen, deed deugd. In de gevangenis wordt door bepaalde gedetineerden bijna enkel over criminaliteit gesproken.’

‘Ze had mijn zus kunnen zijn’

Ilias: ‘Ik ben blij dat ik toch iets heb kunnen terugdoen voor het slachtoffer. Ik hoop dat ze zo ziet dat ik verantwoordelijkheid opneem voor mijn daden. Tijdens het werk moest ik vaak terugdenken aan wat ik gedaan had. Wat voor effect dat op haar gehad moet hebben. Ik heb er heel veel spijt van. Ik wou dat ik de klok kon terugdraaien, maar dat gaat niet.’


Evelyn: ‘Ilias’ slachtoffer moest er eerst mee instemmen dat hij voor het Herstelfonds zou werken. Het fonds wordt gekoppeld aan bemiddeling. Zowel slachtoffer als dader moeten dus openstaan voor het verhaal van de ander. In dit geval wilde het slachtoffer weten hoe het met Ilias ging. Waarom hij die feiten gepleegd had en hoe zijn toekomst eruitzag.’

‘In het begin was ik bang om bekeken te worden als de gedetineerde. Maar dat was niet zo. Mijn collega’s maakten geen onderscheid’

Ilias: ‘Die interesse voor mij heeft mij erg gemotiveerd. Daaraan merk ik dat zij begrijpt dat ik gewoon een mens ben die fouten heeft gemaakt. Ik heb haar via de bemiddelaar over mijn achtergrond kunnen vertellen, kunnen uitleggen dat ik op het moment van de feiten drugsverslaafd was … Ik heb ook het slachtoffer leren kennen. Door elkaar beter te leren kennen, drong het door wat ik teweeg had gebracht in haar leven. Ze had mijn zus of mijn moeder kunnen zijn. Door die bemiddeling zal ik haar nooit vergeten. Ik weet dat zij het ook nooit zal kunnen vergeten, maar ik hoop dat ze het ooit een plaats zal kunnen geven.’

‘Dochters geboorte gemist’

Ilias: ‘Mensen doen anders tegen mij nu ik in de gevangenis zit. Mijn vrouw heeft zelfs een beetje afstand genomen. Dat begrijp ik wel, maar ik vind het moeilijk om mijn dochter zo weinig te zien. Ze is geboren terwijl ik in de gevangenis zat. Het feit dat ik daar niet bij kon zijn, heeft mij een serieuze klop gegeven. Normaal moet de vader bij de bevalling zijn, moet hij er staan voor zijn vrouw. Nu staat zij er al twee jaar alleen voor. Daar voel ik mij schuldig over.’


‘Ik ben ook opgegroeid met mijn vader in de gevangenis. Ik wil dat niet voor mijn dochter. Ik wil een betere vader zijn voor haar. Daar ben ik nu alles voor aan het doen. Ik ben me met JWW aan het voorbereiden op mijn leven na de gevangenis.’

‘Voor mij is het genoeg’

Ilias: ‘Qua werk heb ik al een aantal pistes. Iemand van de VDAB helpt me hier met mijn opleiding. Misschien kan ik terecht in het bedrijf van mijn broer als magazijnier. Ik kan ook bij hem intrekken.’


Evelyn: ‘Of ex-gedetineerden hun weg terugvinden in de maatschappij is erg afhankelijk van een aantal factoren: woonst, werk … Als je geen mensen hebt die op je wachten, is er een grotere kans dat je hervalt. Leeftijd is ook belangrijk. Een jonge gast kan gemakkelijker terug op straat belanden bij zijn vrienden.’


Ilias: ‘De jonge kerels die hier vrijkomen, zeggen soms dat we hen snel terug zullen zien. Ze kijken ernaar uit om zich weer bij hun vrienden te voegen. Voor mij is het genoeg. Ik heb veel meer verloren dan gewonnen. Ik had al tien keer verder kunnen staan in mijn leven. Dit is geen leven.’


‘Mijn broer is op het rechte pad. Hij heeft een huis kunnen kopen, heeft drie kinderen, is getrouwd. Hij is mijn jongere broer, maar ik kijk naar hem op. Wij zijn twee handen op een buik, omdat mijn vader er niet veel was. Hij en mijn moeder zijn me altijd blijven steunen, ook al heb ik mijn familie veel pijn gedaan. Hij stelt zijn huis voor mij open als ik vrijkom, terwijl er toch drie kinderen zijn. Hij is heel belangrijk voor mij.’

‘Ik had al tien keer verder kunnen staan in mijn leven’

Evelyn: ‘Voor mensen die niet zo’n persoon hebben in hun leven is re-integratie nog veel lastiger. Daarom proberen we in sommige gevangenissen via buddywerking bepaalde mensen te steunen in hun traject, al in de gevangenis, maar ook daarna. Het helpt om een vast figuur te hebben, die je al van binnen de gevangenis kent en die je ook kan helpen bij problemen buiten.’

‘Geen schrik hebben van mij’

Ilias: ‘Eens buiten moet ik mij weer bewijzen. Door mijn werk bij het Herstelfonds weet ik dat ik het kan. Er zullen moeilijke periodes zijn en ik zal steun nodig hebben, maar van mij moeten ze geen schrik meer hebben. Ik hoop dat mensen mij weer zullen aanvaarden.’


Evelyn: ‘Mensen reageren soms heel afwachtend en paniekerig als ze weten dat iemand uit de gevangenis komt. Die mens heeft iets misdaan. Pas als ze echt contact leggen met de ex-gedetineerde, zien ze hem als mens.


Ilias: ‘Veel mensen gaan enkel op het nieuws af en kennen de mens erachter niet. Maar veel hangt ook af van je eigen houding. Misschien dachten mijn collega’s van het volwassenonderwijs eerst ook anders, maar ik heb zelf geprobeerd om een band op te bouwen.’

‘Van mij moeten ze geen schrik meer hebben. Ik hoop dat mensen mij weer zullen aanvaarden’