Rechtsboven kun je het geluid aanzetten.


Mild en lief


Mildheid is gulheid, zachtheid maar ook compassie en generositeit. Zo spreekt het woordenboek. Uiteraard is er de ‘milde frisheid van limoenen’ maar dat is een leugen want een limoen smaakt rins, eerder wrang. Wel lekker. Ik bedoel maar, kijk uit met woorden.


Uit die vele synoniemen van mildheid kies ik generositeit. Op dat moment wordt mildheid het allermooiste woord uit het woordenboek. Generositeit, edelmoedigheid, daar kan toch niets tegen op?


Mijn moeder heeft vijf zonen gebaard, opgevoed en aan de wereld geschonken. Een edelmoedigheid die ik om evidente redenen nooit kan bereiken. De manier waarop mama dat traject heeft afgelegd is de overtreffende trap van edelmoedigheid geworden. Het dragen van het kind, het geschenk zelf, vond ze vijfmaal de aller normaalste zaak. Dit is alvast het eerste bewijs van haar grootmoedigheid. Die vijf beren opvoeden met nimmer geveinsde mildheid was lastiger. Mijn lieve, kleine moeder bleef de edelmoedigheid zelve gedurende al die lange jaren waarin we stuk voor stuk boven haar uit groeiden. Geen berg was haar te hoog, geen zee te diep, mama stond voor ons klaar, genereus, altijd.


Maar dan komt het moment dat je elke zoon ook letterlijk aan de wereld schenkt. De oudste werkte zich uit de naad om aan duizenden andere kinderen een milde toekomst te garanderen. De tweede flaneerde door het leven en vond niet altijd de weg terug. De derde schrijft u dit verhaal en de vierde spreidt zijn generositeit ten toon door aan vele duizenden bezoekers van zijn stad over schoonheid te vertellen.


De vijfde is niet meer. En dat is een constructiefout in onze familie. Hij was de meest milde, de meest genereuze. Tientallen jaren heeft hij mama geïmiteerd in goedheid, edelmoedigheid, gulheid en warmte. Hij schonk zichzelf, letterlijk aan de wereld, aan zijn vrienden, aan de familie en aan iedereen. Waarom hij als eerste het ondermaanse moest verlaten, kan en wil ik niet begrijpen. Daartoe bezit ik de mildheid niet, mijn verstand kan het niet aan. Toen net dezelfde ziekte agressief een tocht door mijn lijf maakte kon de geneeskunde haar wel tegenhouden. Waarom ontbreekt mij de gulheid om die ‘loterij’ te aanvaarden? Waarom ik wel en hij niet?


Ik zal het onrecht nooit kunnen wissen en moet het een plaats geven. Een genereuze plaats. Ik moet over hem praten, zo blijft hij onder ons. En ik moet lief zijn. Dat heeft mama ons altijd voorgehouden. Is de grootste vorm van generositeit immers niet de liefde?


Tekst: Kurt Van Eeghem, Foto en video: Gil Plaquet