Het monster dat schaamte heet

Schaamte, wat is dat voor een beest? We ervaren het allemaal weleens, maar staan toch vaak alleen met het gevoel en worstelen ons er suf mee. Leef trok naar drie personen die de strijd wonnen. Zich schamen voor gestotter, een stoma of partnergeweld, Arne (foto), Kelly en Serge zijn er – (bijna) – helemaal klaar mee.


Tekst: Marion Aussems en Martine Creve
Foto’s: James Arthur

‘Ik vind het belangrijk dat mensen mij laten uitspreken’

Arne Vanpoucke (24) stottert

‘Mijn naam zeggen is het moeilijkste’

‘Ik heb altijd gestotterd. Als kind had ik daar niet veel last van. In het middelbaar, toen ik van school veranderde, kreeg ik het moeilijk. Niemand wist dat ik stotterde. Ik zweeg uit schrik om fouten te maken. Tot die keer in een les wiskunde. Ik was zeker van mijn antwoord, stak mijn hand op maar kreeg niets gezegd. Rondom mij werd gegniffeld. Ik kon door de grond zakken van schaamte. Dat was verschrikkelijk, maar tegelijk een keerpunt. Ik ben naar de leerkrachten gestapt om hen in te lichten.’


‘Telefoneren blijft lastig. Mijn ouders hebben lang alle afspraken voor mij gemaakt omdat ik beschaamd was. Ik stond dan naast hen te fluisteren wat ze moesten zeggen. Maar ik wilde niet langer afhankelijk zijn en belde zelf. Je naam is het eerste wat gevraagd wordt. En dat is voor mij het moeilijkste. Eten bestellen op restaurant voelt ook nog altijd ongemakkelijk aan. Vroeger heb ik mijn broer vaak verplicht om hetzelfde te eten als ik. Dan kon ik heel kort zijn tegen de ober: hetzelfde.’


‘Stotteren geeft toehoorders een onwennig gevoel. Het gebeurt dat ze wegkijken omdat ze denken dat het dan vlotter zal gaan. Ik vind het belangrijk dat mensen mij laten uitspreken. Als ze het gesprek overnemen, voel ik mij minderwaardig. Ik wil dat mensen naar mij luisteren om wat ik zeg en niet om hoe ik het zeg. Van ons moet je toch geen schrik hebben, proberen anderen mij soms gerust te stellen. Allemaal goedbedoeld, maar dat werkt niet.’


‘Ik tenniste thuis met mijn broers en volgde alle wedstrijden op tv. Door het schaamtegevoel ben ik nooit in een tennisclub gegaan. Je krijgt daar een lijst met alle ingeschrevenen en je moet zelf iemand opbellen om samen te gaan spelen. Dat was een enorme drempel.’


‘Ik probeer die gemiste kansen nu goed te maken. Ik heb mij ingeschreven voor een groepsreis naar Afrika. Vroeger wilde ik dat mijzelf niet aandoen. Maar dan mis je veel.’


‘Ik heb die schaamte een stuk leren overwinnen door de stottertherapie van vzw Best. Die beperkt zich niet tot spreken alleen. Je moet ook de straat op gaan en voorbijgangers aanspreken. Of je moet iemand opbellen. Die therapie haalt je uit je comfortzone en confronteert je met dagdagelijkse situaties. Ik ga nog altijd naar bijeenkomsten om ervaringen uit te wisselen. Ik heb auditie gedaan voor een tv-programma en ben geselecteerd. Dat zou ik zonder steun nooit gedurfd hebben.’


www.stotteren.be

www.broddelen.be

‘Het was en is soms nog confronterend’

Kelly Eerdekens (32) heeft een stoma

‘Ik spreek over alles’

‘Toen ik zestien was, is de ziekte van Crohn bij mij vastgesteld. Daardoor kreeg ik ernstige problemen met mijn gezondheid. Ik kwam niet veel buiten. Ik moest tot twintig keer per dag naar het toilet. Ik werd geopereerd, maar kort daarna kreeg ik weer last. Amper 24 jaar was ik toen er gesproken werd over een stoma. Dat maakte mij heel boos. Ik was in de fleur van mijn leven, wilde nog in bikini op het strand paraderen. Dat leek mij allemaal niet meer mogelijk. Ik heb alles gedaan om mij ertegen te verzetten. Maar zo kon het niet verder.’


‘Eerst kreeg ik een tijdelijke stoma. In het begin durfde ik er niet naar te kijken. In het ziekenhuis schaamde ik mij zelfs voor de verpleegkundigen. Een zakje met ontlasting op mijn buik, dat vond ik vreselijk gênant. Lichamelijk voelde ik mij wel verbeteren. Ik kon weer naar de winkel gaan, een feestje meemaken. Ik begon na te denken over hoe het zou zijn als de tijdelijke stoma werd weggehaald. Mijn darmen waren niet genezen. Zou ik kiezen voor een definitieve stoma? Ik heb daar met mijn partner en omgeving over kunnen spreken. Ik moest doen waar ik mij het beste bij voelde. Het werd een definitieve stoma, een onomkeerbare keuze dus.’


‘Het was en is soms nog confronterend. Zeker in het begin weet je niet wat je kan overkomen. Toen ik nog les gaf en met leerlingen op uitstap was, voelde ik ineens iets branden op mijn huid. In het toilet merkte ik dat mijn stoma lekte. Mijn kleren zaten onder de stoelgang. Ik ben beginnen te huilen, was helemaal overstuur. Ik ben mij thuis gaan omkleden en ben teruggekeerd. Die schaamte is niet te beschrijven. Nu nog kan mijn stoma lekken. Niet meer overdag want dat voel ik aankomen, maar het gebeurt soms ’s nachts. Besmeurde lakens geven nog altijd schroom tegenover mijn partner.’


‘Eerst droeg ik wijde en losse kledij om mijn stoma te verbergen, maar ik voelde mij daar niet goed in. Daarom ben ik beginnen te experimenteren met zwangerschapsbanden. Ik paste de banden aan zodat de stoma vast op de huid zit en met strakke kleding niet zichtbaar is. Nadien heb ik zelf banden ontworpen. Met zo’n band aan voel ik mij bijvoorbeeld beter bij het vrijen. Dan heb ik liever niet dat het zakje hangt te bengelen. Rond een stoma hangt nog een groot taboe. Ik geef nu lezingen om dat te doorbreken. Ik ben heel open. Ik spreek over alles. Schaamte over mijn stoma heb ik nu niet meer.’’


Banden en lingerie om een stoma te verbergen, vind je op www.bellastoma.be.

‘Ik ben zes jaar samen geweest met de vrouw die mij sloeg’

Serge Voermantrouw (51) was slachtoffer van partnergeweld

‘De schaamte leert je liegen’

‘Ik ben zes jaar samen geweest met de vrouw die mij sloeg. Vluchten leek me altijd riskanter dan blijven, ze zou me komen zoeken. En er waren ook nog de kinderen die ik wou beschermen. Pas toen ze me begon te wurgen, wist ik: nog langer blijven is levensgevaarlijk. Dat is het moment dat ik de kinderen in de auto heb gegooid en ben vertrokken.’


‘Al die tijd heb ik me een sul gevoeld, mijn eigenwaarde was helemaal weg. Ik durfde er ook niet mee naar buiten te komen. De schaamte leert je liegen. Klassieke excuses zoals ik ben tegen de deur gelopen, de hond heeft me gekrabd ... Ik gebruikte ze allemaal. Ik werd ook een goede toneelspeler. Mijn vrouw legde me op hoe ik me moest gedragen in gezelschap. Het ideale koppel.’


‘De eerste keer dat er geweld is, denk je nog: het is een uitschuiver. Na zes maanden weet je dat er iets serieus mis is. Ik heb wel pogingen gedaan om de zware verwondingen aan te geven bij de politie. De eerste keer ben ik tot op de parking geraakt. De gêne overmande me. De tweede keer tot aan de balie, waar heel de wachtzaal meeluisterde. Die neerbuigende blikken van mannen in de wachtzaal, precies waar ik al die tijd voor had gevreesd. Je ziet ze denken: gij duts, klop toch terug. Twee vrouwen knoopten wel een gesprek met me aan. Ik had kunnen huilen toen ik dat eerste beetje troost kreeg.


Toen ik van de wachtzaal naar de verhoorkamer mocht, bleek dat ik een medisch attest van slagen en verwondingen moest hebben. Nog naar de spoed of huisarts gaan, kon ik niet meer opbrengen. Maar de derde keer had ik dat attest wel op zak. Zoveel drempels die je over moet … te veel.’


‘Het moment waarop ik ben gevlucht naar mijn ouders, heb ik alle schaamte van me afgegooid. Dat voelde zo bevrijdend. Ik weet nu: het heeft geen nut om te wachten tot iemand je komt helpen. Je moet zelf de stap zetten. Door te praten met anderen.’


‘Vroeger liep ik – als ik niet aan het toneelspelen was – gebukt door het leven, letterlijk. Nu loop ik weer rechter. Vandaag vind ik het niet meer moeilijk om erover te spreken. Ik heb het kunnen plaatsen. Ik haat mijn ex-vrouw ook niet, ik haat de situatie. Ze had geen slecht karakter, ze was ziek. Achteraf is gebleken dat ze borderline had, ze heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd.’


‘Ik heb mezelf de vraag gesteld: welke raad zou ik iemand die dit heeft meegemaakt nu geven? Naar een psycholoog gaan, was mijn antwoord. Ik heb mijn eigen raad opgevolgd. Vroeger geneerden mensen zich misschien nog om naar een psycholoog te gaan, die tijd is voorbij.’


Slachtoffer van partnergeweld? Bel naar 1712 voor hulp. Wie met vragen over zelfdoding zit, kan terecht bij de Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 of op de site www.zelfmoord1813.be.