Waar komt dit nieuws vandaan?

Vitamine D zorgt ervoor dat er voldoende kalk in het bot wordt afgezet en maakt het zo sterker. Daarom is het belangrijk in de preventie van osteoporose, of broze botten. Hoewel we vitaminen nodig hebben, maakt ons lichaam die zelf niet of te weinig aan. Vitamine D nemen we enerzijds op via het zonlicht, anderzijds uit voeding. Het is in hoge mate aanwezig in vette vis, vlees en eierdooiers. Volgens recente studies zou een laag vitamine D-gehalte ook een rol spelen bij andere gezondheidsproblemen: dikkedarmkanker, hart- en vaatziekten, diabetes, dementie … Zo kreeg vitamine D de naam van supervitamine. Maar er is nooit een oorzakelijk verband aangetoond tussen deze aandoeningen en een vitamine D-tekort. Het is waarschijnlijker dat een lage vitamine D-concentratie een gevolg is van deze ziektes. 

Hoe kunnen we dit interpreteren?

Vitamine D biedt geen oplossing voor allerlei chronische aandoeningen. Het blijft wel noodzakelijk om de botten sterk te houden. Zijn supplementen nodig of heeft ons lichaam voldoende vitamine D dankzij het zonlicht en voeding? Dat hangt af van de hoeveelheid zonlicht waaraan je huid wordt blootgesteld. Kom je veel buiten? Draag je een sluier? Ook je huidskleur maakt een verschil: mensen met een donkere huid maken minder vitamine D aan dan blanke mensen. Er zijn dus risicogroepen die makkelijker een tekort hebben en voor wie supplementen aangewezen kunnen zijn. Maar als je als gezonde volwassene voldoende buitenkomt, ook in de winter, dan kun je via de Belgische zon genoeg vitamine D aanmaken. Overmaat aan vitamine D kan leiden tot te veel calcium in het bloed, wat gevaarlijk is. Vooral bij zuigelingen moet men hier aandacht voor hebben.

Conclusie

NEE

Gezonde volwassenen hebben geen baat bij vitamine D-supplementen. Extra vitamine D kan wel aanbevolen worden bij de volgende doelgroepen: kinderen tot 4 jaar, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven, vrouwen na de menopauze, mensen die bijna geen blootstelling hebben aan zonlicht en 70-plussers. Spreek erover met je arts. 

Bron: Gezondheid en Wetenschap

 

Ontdek ook