Twee meisjes leerden elkaar kennen tijdens hun studie dramatherapie. Twee meisjes hadden allebei een oma met dementie toen hun eindwerk eraan kwam. Twee meisjes wilden uit de grond van hun hart iets voor hun oma en voor alle andere mensen met dementie doen. Ze werden de eerste demiclowns in Vlaanderen. Intussen bestaan de demiclowns al zeven jaar. Met als stuwende en dragende krachten Lara Debeuf (31) en Lore Dhaenens (31).

‘Hoe kon het in godsnaam dat er nog niks vanuit dramatherapie voor mensen met dementie gedaan werd?’, merkt Lore ietwat verontwaardigd op. ‘Dus besloten we zelf iets uit te werken. Met onze eigen oma’s als drijfveer. Het mooiste geschenk dat we hen nog konden geven, zei de familie achteraf. Via de clown konden we mijn oma, die heel angstig was, even van haar schrik verlossen. Beklijvend is dat. Zoiets blijft je bij.’

Half clown, half therapeut

Een demiclown is niet de happy happy clown zoals je ’m kent. De clownsfiguur is eerder een hulpmiddel om iets dieperliggends aan te pakken. Achter elke demiclown zit namelijk een dramatherapeut. Lore: ‘De clown kozen we niet toevallig. We deden onderzoek naar welk personage het best werkt bij mensen met dementie. De clown bleek de underdog, die het ook allemaal niet zo goed weet … Dat neemt een bepaalde druk weg.’

Eerst win je het vertrouwen als clown, daarna ga je aan de slag als therapeut
Lore Dhaenens, demiclown

‘Mensen met dementie voelen zich minderwaardig. Een clown weet het allemaal nog minder dan hen. Dat geeft speling. Eerst win je vertrouwen als clown, daarna ga je aan de slag als therapeut. Iets wat niet als iets serieus beschouwd wordt, kan zo een heel serieus effect hebben.'

'Dat wil niet zeggen dat er geen humor mag zijn. Absurditeit kan heel zorgend zijn voor de geest. Maar voor ons is het maar een middel om uit te komen bij waar het echt om draait: verbinding en erkenning.’ 

Wat ook meespeelde bij de keuze van de clownsfiguur is dat iedereen een connotatie heeft met een clown. Vanuit het gevoel. ‘En met de reactie daarop kunnen we iets doen’, zegt Lore enthousiast. ‘We kiezen er heel bewust voor om altijd met twee clowns te werken, om net op dat gevoel in te spelen.'

'Stel: iemand is bang voor een clown. Dan laten we die emotie er zijn, we gaan het niet toedekken. Eén demiclown zal erkenning geven aan de angst door zich in te leven en bepaalde gedragingen te spiegelen zodat die persoon aanvoelt: hé, ik ben hier niet alleen bang. Stap voor stap kun je zo de clowns toenadering laten zoeken, en verbinden met de persoon met dementie.’

Op zoek naar verloren rollen

Het belangrijkste doel van de demiclowns? Lore: ‘We willen weer ruimte maken om emoties te uiten. Daarnaast willen we de identiteit opnieuw verrijken. Daarom proberen we de rollen die verloren zijn geraakt, terug aan te wakkeren.'

Demiclown kijkt omhoog.

'Als wij bijvoorbeeld rebels op tafel staan, zien we vaak dat de persoon met dementie terug in de zorgende rol kruipt en die gekke clown van tafel helpt. Mensen zijn meer dan hun ziekte. Daarom spelen levensverhalen ook een belangrijke rol. Als we weten welke rollen iemand voor de ziekte had, kunnen we daarop inspelen.’ 

‘We behandelden ooit iemand die dokter was geweest. Mijn collega viel plots op de grond en raakte zogezegd gewond. Ai ai meiske toch, riep de man spontaan. En toen: maar ik ben vandaag niet van wacht. En hij liep verder.’ 

Inspelen op huidhonger

Lore: ‘Het feit dat we vandaag nog steeds ons werk niet kunnen doen, net nu we zo nodig zijn, is frustrerend. Het is een dubbel gevoel, omdat het ook duidelijk maakt dat onze job ertoe doet. We geven normaal psychische hulp aan een kwetsbare groep en nu kunnen we er niet voor hen zijn. Net omdat nabijheid een groot deel van ons werk is.'

'Beweging, ruimte en aanraking zijn heel belangrijk. We spelen sowieso erg in op de huidhonger van mensen met dementie. Wie knuffelt die mensen nog? Wie geeft ze nog een hand? Met de demiclowns kan er wederkerig fysiek contact zijn.’ 

‘Daarom draagt een demiclown trouwens ook geen schmink. Dat zou ons belemmeren om nabij te zijn. Als we met onze wangen over iemands arm strijken, willen we hen niet overstuur maken door de make-up. We willen heel authentiek zijn. Mensen met dementie moeten zien dat er een mens achter de clown zit, anders kan het bedreigend overkomen.’ 

Het is een dubbel gevoel, omdat het ook duidelijk maakt dat onze job ertoe doet
Lore Dhaenens, demiclown

‘We hebben gebrainstormd over hoe we in coronatijden toch iets konden betekenen. Bezoekjes aan het raam of filmpjes van de demiclowns waren geen goede opties, omdat het fysiek contact dan ontbreekt.'

'Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om nauw verbonden te blijven met de woonzorgcentra waar we al werkten, en hen ideeën aan te reiken voor animatiemomenten. We deden een oproep op Facebook om filmpjes te maken van dagdagelijkse kleine dingen. Een taart bakken, een liedje zingen, een spelletje spelen …’  

Meer demiclowns graag

Als demiclown maak je deel uit van een multidisciplinair team waarin bijvoorbeeld ook ergotherapeuten en verpleegkundigen zitten. Lore: ‘Wij dragen vanuit onze ervaringen bij aan de persoonlijke zorg door specifieke bevindingen over elke bewoner te delen.'

Demiclown met koffer in de hand.

In België zijn er nog maar vijf opgeleide demiclowns, opvallend weinig. ‘Onze droom is dat elk woonzorgcentrum een demiclown mag tellen. Daarom ontwikkelen we momenteel een postgraduaat Therapeutische clown bij personen met dementie in samenwerking met VIVES hogeschool, zodat er meer demiclowns opgeleid kunnen worden.’ 

’Personen met dementie verdienen veel meer aandacht. Ze zijn verdorie wijzer dan wij. Het zijn schatkisten van wie wij nog iets kunnen leren. Je moet gewoon hun taal leren spreken: de lichaamstaal.’  

Het zijn schatkisten van wie wij nog iets kunnen leren
Lore Dhaenens, demiclown

Ontdek ook