De immens grote en hoge ramen waren een idee van mijn vrouw. Zelf ben ik niet zo’n naar buiten kijker. De rolgordijnen mogen voor mijn part wel eens half of helemaal omlaag. Dat wekt misschien verbazing voor iemand die schrijft en fotografeert, want buiten bulkt het van materiaal waar een schrijver en fotograaf van leeft, toch?  

2100

Klopt, maar om er even een cryptische quote tegenaan te gooien: ik hoef niet te kijken om te zien. Wie zijn ogen sluit ziet soms meer dan wie ziende blind over straat holt. In mijn dromen en fantasieën ontrollen zich hele langspeelfilms. Boeiend, dat kan ik u verzekeren, maar helaas moet ik u de scenario’s onthouden, want dit stukje gaat over kijken, echt kijken, met echte ogen, met een iris en een pupil, gevangen tussen twee oogleden en met een stofwerend wimpergordijn ervoor. 

Effe kijken … laat me beginnen met de saaie kant, de straatkant. Wij wonen in een doodlopende straat. Of toch niet helemaal. Doodlopend voor auto’s, maar niet voor fietsers en voetgangers. Er passeert een klasje, op weg naar het Leiebos. Ik mag graag zo’n leger fluohesjes aanschouwen. Veel van deze mensjes zullen hun leven voorbij het jaar 2100 tillen. Ik tracht me de wereld anno 2100 voor te stellen. Dat is 80 jaar verderop in de tijd. Ik probeer de evolutie die voor ons ligt af te meten aan die van de voorbije 80 jaar, waarvan ik er ruim 50 bewust heb meegemaakt. Van nu tot 2100 is gelijk aan van 1940 tot nu. Wat is er zoal veranderd in de voorbije 80 jaar en hoe moet ik dat extrapoleren naar de toekomst toe …?  

Alleen met de wereld

Neen, ik stop hier beter mee, dit heeft geen zin. Kijken moet je vandaag doen, kerel, zeg ik tot mezelf, niet nadenken, gewoon kijken, hoe moeilijk kan het zijn? Een blond ventje zwaait me toe. Meteen volgen anderen zijn voorbeeld. Een meisje met lange vlechten voelt zich door mij bekeken en huppelt snel uit mijn blikveld. De rij wordt gesloten door een jonge vrouw, zonder twijfel de lerares, maar zelf nog maar net de schoolbanken ontgroeid. Ze doet alsof ze mij niet ziet. Mayday mayday, starende man achter glas, heeft die niks beters te doen? 

Recht voor ons huis wordt een woning grondig verbouwd. Werklieden rijden af en aan, doen hun ding en nuttigen ’s middags zwijgend hun boterhammen in de camionette, waarna ze al even stilzwijgend een hele poos op hun smartphone kijken en die behoedzaam met de vingertoppen betasten. Elkeen is alleen met zichzelf. Door COVID moesten ze uit elkaars buurt blijven en dat blijven ze hardnekkig volhouden. Iemand moet hen vertellen dat ze terug mogen praten met elkaar, weliswaar zonder spuug in elkanders gezicht te mikken. Ze zijn via dat platte ding verbonden met de wereld, dat dan weer wel. 

Monsieur houtduif

Ik keer me om, laat het raam dat uitkijkt op het terras links liggen en begeef me naar de keuken. De keuken heeft een breed erkerraam. Vanaf hier kijk ik graag naar de vogels die door mijn vrouw dagelijks van gezond lekkers worden voorzien. Er zijn de tortelduiven, echte schatjes, altijd dicht in elkanders buurt. Sinds ik hen aanschouw weet ik waarom een verliefd stelletje tortelduifjes wordt genoemd. Een houtduif zit op de rand van de voedertafel, fier rechtop als een onverstoorbare monsieur. Minutenlang kijkt hij stoïcijns voor zich uit vooraleer hij start met het pikken van de graantjes. Zouden houtduiven bidden voor de maaltijd?  

Turelure - Vogeltjes kijken

De merels, de vinken en het roodborstje blijven het liefst dicht bij de grond. Ze vliegen het struikgewas in en uit. Waar vroeger mijn moestuin was is nu een minibosje dat bestaat uit wilgen, hazelaars, kastanjebomen, een bamboe en nog wat bomen en struiken waarvan ik de naam niet ken. Zoals bij de meeste Vlamingen is mijn kennis van fauna en flora eerder beperkt. Maar een pretpark voor de gevederde vriendjes is dit vast en zeker.  

Peis en vree

Lang geleden dat de halsbandparkieten – de naam van deze prachtige exoten kende ik niet, opgezocht op het internet –, de bonte specht, de groene specht en de Vlaamse gaai – eveneens gecheckt in de vogelgids – zich nog vertoonden, maar de kool- en pimpelmezen zijn als steeds talrijk aanwezig. Eentje neemt een bad in de schaal met water. Hij fladdert met zijn vleugeltjes en amuseert zich te pletter.  

De eksters hebben hun nest hoog in een boom, een reuzenest, dat telkens als het hevig waait vervaarlijk heen en weer schudt. Ze vliegen woest af en aan en schrijden in hun zwart-witte galakostuum over het gazon. De eksters zijn het die nu en dan voor wat onrust in de tent zorgen. Beetje keet schoppen, houden ze van. Ze durven al eens het intieme samenzijn van de torteltjes te verstoren en mylord houtduif, met zijn denkbeeldig lorgnet en al even denkbeeldig kopje thee in zijn poot, een beetje op de zenuwen werken, maar vandaag is alles peis en vree. Peis en vree, dat heeft de wereld nodig. Hoe moeilijk kan dat zijn? 

Geïnspireerd om ook eens naar buiten te turen? Om wat je uit je raam ziet en daarbij denkt met anderen te delen? Kruip in je pen en stuur het resultaat naar leef@cm.be. Wie weet maakt onze illustrator binnenkort van jouw 'Turelure' een illustratie. 

Ontdek ook