Ik heb me even genesteld voor ons slaapkamerraam. Hier kom ik steeds weer tot rust. Uitkijkend over de velden met grazende koeien. Het was dit zicht dat het hem deed, nu al zo’n vijftien jaar geleden. Op dit zicht werd ik op slag verliefd.

Het komt als uit een Vlaamse film. Zo ver het oog reikt, zie je weilanden. Een mooie hoeve netjes ertussen geplant. Aan de horizon doemen windmolens, kerktorens en hoge kantoorgebouwen van een centrumstad op. Precies ver genoeg.

Besneeuwde velden in de winter, de kalfjes die terug op het land gebracht worden in de lente, het zwoele onweer dat je van ver ziet naderen in de zomer … Hetzelfde landschap en toch telkens weer anders. Ik word het maar niet beu.

Dit zicht heeft toen, vijftien jaar geleden, voor een groot stuk bepaald hoe mijn leven er zou uitzien. Hier, op onze bouwgrond, vroeg mijn man me ten huwelijk. We maakten samen plannen om er ons huis neer te planten. Op deze plek startten we het gezin waar we van droomden, inclusief twee prachtige dochters. We maakten er nieuwe vrienden. In een gemeente waar ik vaag al eens van had gehoord, maar nooit van had kunnen vermoeden om er ooit mijn dagen door te brengen.

Het valt me op … Terwijl ik hier een kwartier zit te mijmeren is er nog niet veel volk gepasseerd.  Twee wandelaars die elk apart op zoek zijn naar de rust te midden de natuur. En een witte bestelwagen die zich haast van huis naar huis om pakjes op tijd af te leveren. Een grotere tegenstelling kun je niet vinden.

Straks komt onze straat meer tot leven. Wanneer kinderen terugkeren van school en ouders na hun werkdag naar huis komen om aan de avondshift te beginnen. Maar als iedereen terug op zijn plekje is, valt het even snel weer stil.

Ik doe het misschien wel te weinig. Bewust naar buiten kijken naar dit mooie stilleven. En toch … elke ochtend bij het openen van de gordijnen, tuur ik naar buiten. En elke keer opnieuw besef ik weer wat een geluk dit zicht mij brengt.

Ontdek ook