1. Praat anders over dementie 
    We zeggen vaak hij is dement, maar beter is hij heeft dementie. De persoon heeft een aandoening, maar is niet de aandoening. Blijf altijd de mens zien. 
  2. Niet over, maar mét de persoon 
    Over de persoon spreken alsof hij of zij er niet bij is, is geen goed idee. Richt je liever rechtstreeks tot hem of haar. Mensen met dementie kun je gerust het woord geven. 
  3. Spreek op een normale manier 
    Met normaal bedoelen we: op een volwassen manier. Met respect, zonder belerend te zijn. Je praat tegen iemand met een heel leven achter zich. 
  4. Bouw rustig en duidelijk op 
    Maak eerst oogcontact en spreek op een rustige toon. Eén ding tegelijk zeggen en korte, duidelijke zinnen gebruiken, helpt ook. Ondersteun je spreken met gebaren. 
  5. Niet bruusk in je handelingen  
    Personen met dementie kunnen snel schrikken of angstig worden. Maak daarom geen plotse, bruuske bewegingen en kondig aan wat je gaat doen. Zeg bijvoorbeeld eerst: ik ga je nu een hand geven.  
  6. Het verre verleden
    Herinneringen uit de jeugdjaren kunnen aanknopingspunten zijn voor een gesprek en zijn vooral herkenningspunten voor de persoon in kwestie. Luister bijvoorbeeld naar een liedje van vroeger, zet het op pauze en probeer samen verder te zingen … Kunnen aanvullen wat er komen gaat, is vaak rustgevend. In de voorspelbaarheid zit een deel van het levensplezier.
  7. Nu en toekomst 
    Praten over wat je nu ziet, voelt en hoort kan perfect. Mensen met dementie zijn heel aanwezig in het moment. Geef ze elke dag ook iets om naar uit te kijken en zo een reden om op te staan. Dementie is niet enkel geheugenverlies, maar ook toekomstverlies. Zorg voor een stukje toekomst.
  8. Aanvaard dementie als een vreemde reisgezel op je weg
    Sta je dicht bij iemand met dementie, probeer dan met de tijd de aandoening te aanvaarden. Beschouw dementie niet als een vijandige indringer, maar als een vreemde reisgezel die met je meegaat. Pas daarna kun je constructief omgaan met dementie en er het beste van maken.
  9. Zoek altijd de sprankel 
    In elk moment is er een sprankel. Hoe klein ook. Inzetten op waar mensen toe in staat zijn en nog van kunnen genieten — in elke fase van de aandoening — geeft mogelijkheden. 

    Laat je niet ontmoedigen als er eens iets misloopt. Start met een schone lei en probeer het opnieuw. 
  10. Vraag op tijd hulp 
    Mantelzorgers hebben het niet altijd gemakkelijk. Neem zeker ook voldoende tijd voor jezelf en vraag hulp indien nodig. Er zijn tal van initiatieven en instanties die je kunnen bijstaan om de zorg dragelijk te houden.

Waar kan CM helpen?

CM biedt ondersteuning aan personen met dementie en hun mantelzorgers.  

  • Bij de Dienst Maatschappelijk Werk krijg je informatie over sociale en financiële voordelen en/of langdurige begeleiding en de organisatie van je thuiszorg. 
  • CM en Samana organiseren ook vormingen rond dementie en ontmoetingen met andere mantelzorgers (ontdek het aanbod in jouw regio via de agenda of het netwerk voor mantelzorgers). Of misschien wil je een beroep doen op het vrijwilligersnetwerk van CM voor een oppas aan huis?  
  • Bij Thuiszorgwinkel kun je terecht voor hulpmiddelenadvies of advies over woningaanpassingen. Je kunt in de Thuiszorgwinkel ook de nieuwe gratis themagids rond dementie ophalen, boordevol getuigenissen en tips (ook aan te vragen via marketing@tili.be). 

Ontdek ook