‘Ik voel me soms mislukt’

Eenzaamheid is een thema waar we moeilijk over praten. En als iemand het doet, weten we niet goed hoe er mee om te gaan. Lynsey (38) breekt de stilte. ‘Ik heb soms het gevoel dat ik mislukt ben. Is dit nu mijn leven?’

Tekst: Anneleen Vermeire, Foto’s: Lieven Van Assche

Er moet wel iets mis zijn met haar. Dat is een rare. ‘Ik hoor het mensen vaak denken, als ik hen vertel dat ik geen man of kinderen heb en alleen woon. Een vrouw van mijn leeftijd hoort gesetteld te zijn. Wat kunnen we je wensen voor het nieuwe jaar, een lief? Zo’n opmerkingen komen hard binnen. Het eenzame gevoel dat voortdurend sluimert, wordt zo enkel versterkt. Alsof er echt iets mis is met mij, alsof die maatschappelijke verwachting de norm is.’

Lynsey is een levenslustige vrouw van 38. Ze werkt hard, voltijds – ‘ik kan niet anders, ik draai voor alle facturen alleen op’ – gaat graag naar de opera, het ballet, de film of een theatervoorstelling en speelt ook zelf toneel. ‘Op de scène kan ik mijn hoofd leegmaken. Dan hang ik de dagdagelijkse Lynsey met haar bezorgdheden en onzekerheden even aan de kapstok en ben ik helemaal mijn personage. Het heeft me veel moed gekost om de stap naar het theater te zetten. Ik was vroeger heel onzeker, gebeurtenissen in mijn jeugd en het verlies van mijn grootmoeder hebben me een ferme deuk gegeven. Ik ben blij dat ik er toch voor gegaan ben. Die uitlaatklep heb ik nodig, ik kan er mezelf volledig in kwijt. En zo ben ik onder de mensen.’

Ik ben jaloers op collega’s die vertellen over hun barbecue van
‘s avonds’

Het gevoel dat haar thuis overvalt, is helemaal anders. ‘Ik leef alleen, ik kom alleen thuis en mijn dierbaarste persoon – mijn moeder – woont al jaren in het buitenland. Ik heb enkel mezelf om op terug te vallen. Is mijn boiler of mijn auto kapot, dan moet ik het zelf oplossen. Ik heb weinig mensen tegen wie ik eens kan zagen. Ik heb niet veel vrienden. Soms ben ik jaloers op collega’s als ik hen hoor vertellen over de barbecue waar ze die avond naartoe zullen gaan. Ik zit diezelfde avond gewoon op mijn terras en denk: hier zit ik dan, alleen.’ Toch laat Lynsey zich niet van haar stuk brengen. ‘Dat alleen zijn lukt me nu beter dan vroeger. Nu slaag ik erin om content op mijn terras te zitten, met een glaasje erbij, genietend van de rust. Dat kon ik vroeger niet.’

‘Hier zit ik dan, alleen’

‘Het is vooral die druk van buitenaf om zoals anderen te zijn die me zwaar valt. Ik voel me soms mislukt. Dan vraag ik me af: wat heb ik nu eigenlijk bereikt? Ik werk, ik betaal mijn rekeningen, is dat nu mijn leven? Ja, het gemis van een partner of een gezin speelt een belangrijke rol. Maar wat vooral pijn doet, is dat mensen me er zo vaak op wijzen dat ik alleen ben en niet in het maatschappelijke ideaalbeeld pas. Daardoor voel ik de eenzaamheid meer, het snijdt harder.’

‘Het is heel pijnlijk om je gevoelens en gedachten niet te kunnen delen’

Eenzaamheid is een taboe. Eenzaamheid is tegelijkertijd overal aanwezig. Dat valt ook Lynsey op. ‘Je eenzaam voelen is niet hip. Mensen posten eerder een foto van een uitstap met vrienden op sociale media dan een selfie alleen in hun eigen tuin. Het is moeilijk om eenzaamheid te vatten. Het is iets heel persoonlijks. Iedereen omschrijft het gevoel anders. Eenzaam zijn is ook iets anders dan alleen zijn. Die eenzaamheid gaat over je gevoelens en gedachten niet kunnen delen, dat is heel pijnlijk. Zeker als dat gevoel overheersend wordt en voortdurend blijft hangen.’

‘Er zijn veel eenzame mensen’

Het taboe helpen doorbreken was haar drijfveer om een mail te sturen naar Xavier Taveirne. ‘Zijn oproep naar verhalen voor zijn reeks maakte veel los in mij. Eindelijk iemand die hier oog voor heeft, dacht ik. Eenzaamheid is zo aanwezig, maar zo weinig mensen komen ervoor uit. Ik wil mee een verschil maken. Ik wil andere mensen laten weten: het is oké om je zo te voelen, het is oké om je verhaal te vertellen.’

‘De blik van iemand kan veel zeggen. Ik zie veel eenzame mensen. Je moet maar eens rond je kijken. Soms zie je het gewoon als iemand zich niet goed voelt.’ Lynsey denkt even na. ‘Ik denk dat we vooral veel voor elkaar kunnen betekenen door te luisteren naar elkaar. Echt te luisteren.’

‘Mijn grootste schrik is dat ik alleen oud ga worden’

‘Ik kan zelf het roer omgooien’

Lynsey heeft een moeilijke periode achter de rug. ‘Ik heb heel diep gezeten. Therapie en mindfulness hebben me opnieuw rust gebracht. Ik besef dat mijn eigen gepieker en onzekerheid mijn grootste vijanden zijn. Dat heb ik zelf in de hand. Als ik me onrustig of neerslachtig voel, moet ik leren om zelf de persoon te zijn die het roer omgooit. Mediteren, initiatief nemen om iemand te contacteren, naar buiten gaan … het zijn die dingen die me kunnen helpen. Ik weet dat ik diegene ben die het meeste voor mezelf kan betekenen. Ik heb al veel bijgeleerd. Vroeger was het glas altijd halfleeg, nu is het eerder halfvol.’


‘Vandaag kan ik mezelf wel gelukkig noemen. Maar ik kijk niet ver vooruit. De toekomst is morgen. Mijn grootste schrik is dat ik alleen oud ga worden. Ik wens het mezelf toe dat ik eens iemand tegenkom met wie ik mijn leven zal kunnen delen. Maar ik laat de dingen liever op me afkomen, noem me ouderwets. Ik weet nu alleszins dat ik niet alleen ben met deze gevoelens van eenzaamheid, er zijn nog veel mensen die in hetzelfde schuitje zitten.’ Lynsey besluit: ‘En ik weet ook dat er niets mis is met me. Ook al lijken mensen soms iets anders te denken.’