‘Soms ben je gebroken, dan weer kun je vliegen’

In zijn toneelvoorstelling Dagboek van een leeg bed verzamelt Mokhallad Rasem (39) herinneringen aan Irak. ‘Ik heb mijn hele leven oorlog gekend. Als kind de schuilkelder moeten induiken, dat vergeet je niet.’

Tekst: Bram Dehouck, Foto’s: Sarah Van Looy

‘Wat wilde ik in het leven? Daar kreeg ik niet meteen een antwoord op’

Tijdens zijn jeugdjaren in Irak treedt Mokhallad in de voetsporen van zijn vader, een bekende acteur. Hij volgt een theater- en regie-opleiding en gaat aan de slag bij het Nationaal Theater van Bagdad. Na een tournee in Europa kan hij niet terug naar Irak. Het is er te onveilig geworden. Hij belandt in een Belgisch asielcentrum. Met een hoofd vol herinneringen en dromen moet Mokhallad helemaal opnieuw beginnen. ‘Vanaf nul bouwde ik een nieuw leven op. Ik stelde me de vraag wat ik wilde in het leven. Daar krijg je niet meteen een antwoord op. Je moet gewoon geloven dat je van niets iets kunt maken. Terwijl je dat doet, ben je soms gebroken, dan weer kun je vliegen. Zo is het leven.’

Persoonlijke notities

In zijn dagboek verwoordt Mokhallad het als volgt: af en toe word je als een fijn stukje stof in één moment uiteen gerukt, af en toe lijkt het of je niets bent, af en toe ben je net een stuk ijzer, af en toe draag je bergen met je mee, af en toe lijk je een bos bloemen met een lach. ‘Dat dagboek gaf mijn moeder me mee bij mijn vertrek uit Irak. Ik verzamel er sindsdien persoonlijke notities in. Herinneringen die opduiken, indrukken uit het dagelijkse leven die mijn verbeelding binnen tuimelen, beelden die in dromen aan me verschijnen. Uit deze notities maakte ik een selectie voor de voorstelling.’

‘Mijn bed was lange tijd mijn enige metgezel’

Een doos vol dozen

Het decor van Dagboek van een leeg bed is karig. Op de grond liggen standaarden kriskras door elkaar. Achteraan staat een bed, volgestouwd met dozen. ‘Mijn bed was lange tijd mijn enige metgezel, alleen mijn kussen kende mijn diepste gedachten. Het hoofd van een mens is voor mij een doos vol dozen. Er zijn dozen vol verlangen, vol wachten, vol eenzaamheid, vol liefde …’ Op het podium schept Mokhallad orde in de chaos van dozen. Ze krijgen elk een eigen plek op een standaard en worden behoedzaam geopend. Iedere doos bevat een reep stof waarop een herinnering geschreven staat. Mokhallad leest ze voor in het Arabisch, de Nederlandse vertaling verschijnt simultaan op een scherm.

We zeggen elkaar vaarwel

Een man tekent een raam op de muur van een ruïne. Een schrijver ziet zijn bibliotheek in vlammen opgaan. De buren vrijen meer als het oorlog is en maken daarbij veel lawaai. Langzaamaan raakt het bed leeg en het podium gevuld. Een gedachte keert meerdere keren terug: ‘voor het slapengaan zeggen we elkaar vaarwel, zodat we ons niet hoeven te schamen als we ’s morgens iemand verloren zijn.’

‘Het verlies van familie blijft een scheur in mijn ziel’

Schoonheid tussen het puin

Zoals in het echte leven vloeien feiten en fictie in elkaar over. De notities die Mokhallad brengt, zijn intiem en poëtisch. Er schuilt vaak schoonheid in de kleine dingen die overblijven tussen het puin: een mooie streep licht, een knutselwerkje van oorlogsmateriaal. Moeders leggen bloemen op hun hart, misschien kunnen ze een deel van de pijn over hun verloren zonen opnemen. Er spreekt eenzaamheid uit, maar ook een hunkering naar de ander, en tegelijk de angst om die te verliezen.

Poseren voor een familieportret

Regelmatig wordt de voorstelling onderbroken, want de moeder van Mokhallad belt hem. Hoe gaat het met haar zoon? Slaapt hij goed? Eet hij voldoende? Heeft hij al vrienden gemaakt? Denkt hij soms aan haar? Het zijn de herinneringen die hij nog het meest koestert. Uiteindelijk staan de dozen opgesteld alsof ze poseren voor een familieportret. ‘Doorheen het leven verzamel je gebeurtenissen, ervaringen en emoties. Wat ik meemaakte, gaf me meer diepgang en mentale rijkdom. Ik haal er energie uit. Al blijft het verlies van familie een scheur in mijn ziel. Ja, mijn moeder belt me vaak. Je hoeft geen toneel te maken, zei ze eens, ons hele leven is theater.’